Een aparte categorie is voedselovergevoeligheid bij kinderen; van zuigeling, peuter, kleuter tot aan het schoolgaande kind.
Juist bij hen is het extra belangrijk dat de voeding volwaardig blijft. Ze zijn immers in de groei!

Er zijn verschillende momenten en punten die van belang zijn om door te nemen met de diëtiste:
de overgang van borstvoeding naar kunstvoeding (welk merk, welke samenstelling);

  • het moment van bijvoeding en de manier van introduceren;
  • de volgorde van provocatie van allergenen en eventuele triggers;
  • de eetmomenten op de crèchevoedselallergie;
  • bij een zeer eenzijdig voedselpatroon de   voeding te laten berekenen om eventuele   tekorten op te sporen;
  • de omgang met traktaties op school;
  • de herintroductie van voedselallergenen,   na maanden/ jaren van eliminatie.

Als u, of uw partner, of een kind van u al bekend is met voedselovergevoeligheid neemt het risico op een voedselallergie toe. De volgende vragen zijn dan van belang:

  • Is het verstandig tijdens de zwangerschap een hypoallergeen dieet te volgen?
  • Welke voeding kies ik als ik geen borstvoeding kan geven?
  • Hoe ziet de voeding van de borstvoedende moeder eruit?
  • Wat is het moment om bijvoeding te starten?

Mocht u begeleiding of advies willen hebben maak dan telefonisch of per contact een afspraak (momenteel niet bereikbaar).

  • Er is geen antistof vorming in het bloed
  • Er is vaak sprake van drempelwaarde, waardoor bij inname onder een bepaalde hoeveelheid voedingsstof gezonde worstgeen klachten optreden. Deze grens is individueel bepaald en kan seizoens- en leeftijdafhankelijk zijn
  • De reactiesnelheid waarbij klachten plaats vinden is over het algemeen 8 uur – 72 uur na blootstelling

Voedingstoffen die een reactie uit kunnen lokken zijn o.a.:

lactose (melksuiker) fructose (vruchtensuiker) gluten
sulfiet natriumglutaminaat (smaakversterker) perubalsem
biogene aminen (o.a. histamine, tyramine) methylxanthines (o.a. cafeïne) nikkel

Zo ook de volgende voedingsmiddelen de zogenaamde “triggers”:

tomaat kiwi citrusfruit
chocolade varkensvlees aardbei

De ervaring is dat geur- kleur- en smaakstoffen een reactie kunnen geven maar vaak blijkt in de praktijk een andere voedingsstof voor de klachten verantwoordelijk te zijn.

Om te beginnen is het belangrijk onderscheid te maken tussen voedselallergie en voedselintolerantie. Verder vraag voedselovergevoeligheid bij kinderen een specifieke benadering.

De vraag of voedselallergie de oorzaak is van uw lichamelijke klachten is niet altijd direct te beantwoorden. Vaak is al een lange weg doorlopen en op verschillenden terreinen advies ingewonnen. En dan nog blijkt de puzzel niet altijd compleet te zijn.

Diëtistische diagnose

voedselovergevoeligheidMijn ervaring is dat voedselovergevoeligheid een complex verhaal is. Een dietistische diagnose is niet zomaar gesteld. Er zijn hulpmiddelen om informatie te verzamelen zoals een RAST, een huidtest, een voedseldagboek, uw ervaringen, een klachtenregistratie. Hiernaast moeten een aantal deelvragen in ogenschouw genomen worden:

  • is er sprake van een voedselallergie (is er antistofvorming) of een niet allergische voedselovergevoeligheid (in de volksmond “intolerantie”)?
  • is er sprake van seizoensgebonden klachten?
  • lijkt de bereidingswijze mede bepalend voor de mate van klachten?
  • moet er rekening gehouden worden met kruisreacties en/of botanische verwantschap?
  • is überhaupt de basisvoeding na jaren dieet houden nog steeds volwaardig?
  • is puur de basisvoeding uit balans waardoor klachten ontstaan?
  • worden alle sporen van een verdachte voedingsstof werkelijk weggelaten of is er sprake van ongemerkte dieetfouten?

Met de informatie van de hulpmiddelen en de antwoorden op de deelvragen kan worden bepaald of er een relatie is tussen de voeding en uw klachten.

Eliminatie – provocatie

gezonde voedingZijn er verdenkingen van voedselovergevoeligheid dan zal door middel van de eliminatie-provocatie methode, inzicht gekregen worden in welke voedingsmiddelen, in welke hoeveelheden al dan niet klachten geven. Gedurende een periode van 4-6 weken worden “verdachte” voedingsmiddelen vermeden en wordt bijgehouden hoe het klachtenpatroon verloopt. Als de klachten afnemen dan wordt het vermoeden groter dat voeding een mogelijke rol speelt. Om dit te bevestigen worden vervolgens de voedingsmiddelen één voor één teruggebracht in het dagelijkse eetpatroon. Nemen de klachten weer toe dan is daarmee aangetoond dat voedselovergevoeligheid daadwerkelijk de oorzaak van die klachten is.

Met deze structurele aanpak wordt voorkomen dat onnodig voedingsmiddelen weggelaten worden en dus een dieet (onnodig) te streng wordt.

Dieetrichtlijnen

Als duidelijk is of voeding en zo ja welke voedingsmiddelen klachten veroorzaken zal een dieetrichtlijn opgesteld worden waaraan het voedingspatroon moet gaan voldoen. Het uitgangspunt zal gevarieerde en volwaardige voeding zijn, met zo min mogelijk beperkingen maar met voldoende praktische handreikingen om met de noodzakelijke beperkingen om te kunnen gaan.
Productinformatie wordt doorgesproken en alternatieven worden aangedragen (een hulpmiddel als de vrije merkartikelenlijst kan worden ingezet).
Bereidingstips worden besproken en ook de interpretatie van etiketinformatie komt aanbod.

  • Het immuunsysteem is aantoonbaar betrokken; antistoffen lokken een reactie uit;
  • Een kleine hoeveelheid voedingstof kan voldoende zijn voor het optreden van een ernstige reactie;
  • De reactiesnelheid is divers. Een snelle reactie vindt acuut tot 30 minuten na blootstelling plaats. Gemiddeld treedt de reactie binnen 4 uur op terwijl een late reactie 72 uur na blootstelling optreedt.

De meest voorkomende voedselallergenen, ook wel de sterk allergenen genoemd, zijn:

koemelk soja kippenei
pinda noten vis
schaal- en schelpdieren tarwe zaden/pitten (sesamzaad, pijnboompit, zonnebloempit)

Kruisallergie

voedselallergieDaarnaast kan kruisallergie optreden tussen allergenen (o.a. inhalatieallergenen) en voedingsmiddelen. Bij een kruisallergie maakt het afweersysteem antistoffen aan die gericht zijn tegen een allergeen (bijvoorbeeld pollen, huisstofmijt). Deze antistoffen kunnen bepaalde onderdelen van een eiwitten herkennen die in voedingsmiddelen voorkomen. Dat betekent dat sommige mensen met hooikoorts ook klachten krijgen voor voedingsmiddelen. Er is een mogelijkheid dat enkele voedingsmiddelen een overgevoeligheidsreactie kunnen geven, maar dit hoeft niet het geval te zijn.

Huisstofmijt garnalen, wijngaardslakken
Katten-, hondenroos varkensvlees
Latex tropische fruitsoorten, aardappel, tomaat
Berkenpollen noten, steenfruit (o.a. appel, perzik, peer)
Graspollen aardappel en groenten behorende tot de Nachtschade-familie (o.a. tomaat, aubergine)
Bijvoetpollen kruiden en specerijen behorende tot de Umbelliferen-familie (o.a. koriander, peterselie, komijn)